Broach
Een broach is een term voor het uit het roer lopen onder spinnaker (of gennaker). Een broach komt het meest voor op halvewindse tot ruimewindse koersen met stevige wind. Het oploevend vermogen wordt hierbij zo groot dat de boot uit zichzelf naar de wind toe draait. De boot strandt ergens halvewinds waarbij alle zeilen beginnen te klapperen. Desondanks vangen de zeilen nog wind, waardoor de boot halvewinds blijft liggen met flinke helling. De boot raakt alle snelheid kwijt en het roer heeft dus geen effect meer. Zolang er genoeg ruimte is en er niemand overboord slaat, eindigt een broach in een stabiele situatie en is er in werkelijkheid niet veel meer aan de hand dan wat helling en wat geklapper. Wel gevaarlijk is het wanneer de boot uit het roer loopt door helling naar loef in plaats van naar lij: dan volgt er doorgaans een Chinese gijp, de grote broer van de broach. Hieronder staat kort omschreven wat je kunt doen om een broach te voorkomen en op te lossen.
Veiligheid
Als het gaat waaien (vanaf grofweg 4bft), is het verstandig om in ieder geval het volgende te doen:
- Zorg dat de gehele bemanning (plof)vestjes draagt.
- Zorg dat de gehele bemanning zeilhandschoentjes draagt (slippende lijnen kunnen flinke brandwonden veroorzaken).
- Zorg dat je voldoende ruimte hebt en bekend bent met ondieptes, verkeer en andere potentiële gevaren.
- Zorg dat er een beetje spanning op de achterstag staat, maar niet teveel (minstens ca. 35%). Bij geen spanning of zeer veel spanning kan de mast breken.
Voorkomen
Een broach ontstaat door een combinatie van oploevend vermogen en helling naar lij. Het is dus van belang om beide factoren onder controle te houden. Hiertoe kun je (bij halvewindse en ruimewindse koersen) alvast het volgende doen:
- Trim het grootzeil vlak (onderlijk, voorlijk en achterstag aan).
- Zorg voor voldoende twist in het grootzeil (neerhouder vrij los).
- Reef eventueel het grootzeil.
- Trim de spinnaker vlak: zet de boom lager dan normaal (spiboom-neer aan, barbie aan loef aan), en zet de boom een goed stuk opzij van de voorstag af (loefschoot aan). Bij een gennaker: houd het voorlijk op spanning door de tack niet teveel te vieren. Zet de barbie aan lij helemaal los.
- Plaats zoveel mogelijk spek aan loef, en naar achteren voor meer controle.
- Laat eventueel de fok staan (redelijk los). Niet alleen heeft de fok een afvallende werking, ze vangt vooral ook wind weg uit de spinnaker.
Reageren
Zodra het roer begint te trekken (door een vlaag ofwel golf), moet je direct reageren. Instinctieve reacties zouden moeten zijn:
- Vier de grootschoot een paar meter om direct druk te lozen.
- Vecht tegen het roer om niet op te loeven, probeer juist af te vallen. Zet het roer echter nooit dwars, een aantal pompjes aan de helmstok is effectiever.
- Verplaats het bemanningsgewicht direct naar de hoge kant, maximaal hiken!
Mocht dit niet genoeg zijn, dan kun je nog het volgende doen:
- Vier de lijschoot een aantal meter. Eventueel begint de spinnaker te klapperen, maar dit is niet erg. Trek de schoot pas weer aan zodra er weer controle is over de boot.
- Gooi de grootzeilneerhouder (nog verder) los. Op boten met een groot, uitgebouwd grootzeil is dit vaak sneller en effectiever dan het vieren van de grootschoot. De neerhouder fungeert dan echt als het "gaspedaal".
Zodra je de controle weer over de boot hebt val je wat af en trek je de zeilen weer aan. Zodra de vlaag of de golf voorbij zijn kun je weer wat oploeven. Als je maximale snelheid wil varen, is het een constant spelletje van afvallen en weer oploeven. Op een gegeven moment ga je nét over de grens en beland je wel in een broach:
Oplossen
Als je niet snel genoeg reageert draait de boot zichzelf naar grofweg halvewinds. Zolang iedereen aan boord blijft, is dit op zich helemaal geen drama. Om de boot weer onder controle te krijgen, moet je de kracht uit de zeilen halen zodat de boot weer overeind komt. Hiertoe kun je het volgende doen:
- Hou het roer recht. Eindeloos trekken aan het roer heeft geen zin, want je hebt geen voorwaartse snelheid en het roer steekt uit het water.
- Vier de grootschoot helemaal uit.
- Gooi de neerhouder helemaal los, zodat de giek niet door het water sleept.
- Vier de lijschoot van de spinnaker helemaal.
- Laat de spiboom staan! Kom niet aan de loefschoot (gennaker: tack). Hier staat veel kracht op, en bovendien is dit de lijn waarmee je de spi nog binnen kunt halen als je de lijschoot verloren bent.
Meestal komt de boot met deze acties wel weer overeind. In dat geval kun je het grootzeil aantrekken om een beetje snelheid te maken, waarna je in één vlotte beweging afstuurt tot een diepe koers. Vervolgens kun je de spischoot weer aantrekken om door te zeilen, of ervoor kiezen om de spi te strijken. Als bovenstaande echter nog steeds niet voldoende helpt, kun je het volgende doen:
- Gooi de spival los. De spi valt in het water en kan worden opgevist. De boot komt weer recht en is weer bestuurbaar. Probeer in ieder geval niet over het zeil heen te varen.
- Als zelfs dit niet werkt kun je altijd nog één voor één de spival en de beide schoten doorsnijden. Het spreekt voor zich dat dit écht de last-resort oplossing is, want je bent het zeil daarna wel kwijt.